Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016

Onder 5.3.2. Hoge Raad 25 oktober 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.

Uit de conclusies van de rapporten blijkt dat de deskundigen slechts een oordeel hebben gegeven over de door hen ingeschatte mate van waarschijnlijkheid dat de verklaring van [slachtoffer 3] - in aanmerking genomen het haar toegebrachte hersenletsel - volledig juist is. Aldus sluiten die conclusies niet uit dat delen van de verklaring van [slachtoffer 3] waarheidsgetrouw kunnen zijn. In dat verband neemt de Hoge Raad in aanmerking dat het Hof ermee bekend was dat [slachtoffer 3] als gevolg van het schietincident op 12 juli 2003 ernstig hersenletsel had opgelopen en dat zij pas in een zeer laat stadium verklaringen heeft afgelegd over wat zij zich na verloop van tijd is gaan herinneren over dit schietincident, alsmede dat in het dossier van verschillende zijden kritische opvattingen zijn opgetekend over de vraag in hoeverre aannemelijk is dat [slachtoffer 3] na verloop van tijd alsnog authentieke herinneringen zou krijgen aan het gebeurde. Desondanks heeft het Hof gemotiveerd geoordeeld dat het de verklaringen van [slachtoffer 3] als geloofwaardig aanmerkt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 72136 tot 73222.