Citaat | Hoge Raad 25 oktober 2016
Onder 1.2.2. Hoge Raad 25 oktober 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 oktober 2016, ECLI:NL:HR:2016:2412.
Op 21 december 2004 hoorde ik in het bureau van regiopolitie Brabant Zuid-Oost een persoon, die mij opgaf te zijn: [slachtoffer 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994. Van dit verhoor werden audiovisuele opnamen gemaakt in een daartoe bestemde ruimte en de gevolgde procedure is bij afzonderlijk proces-verbaal gerelateerd. Derhalve zal worden volstaan met het weergeven van een uitgebreide samenvatting van het verhoor. Bij het verhoor is in het Limburgs dialect gesproken, aangezien [slachtoffer 3] tevoren hiervoor haar voorkeur had uitgesproken. Ik spreek en versta het Limburgs dialect goed.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438, en de alinea staat in dat document op bytes 13147 tot 13775.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/97bcbc78233d4f2a4f90d07dc802059b452d33bfb4f037c43dd28136e9bfb438 | shasum -a 256