Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:243.

Op maandag 21 december 2009, omstreeks 16.35 uur, vond er met toestemming van de huurder [verdachte] een doorzoeking plaats in een bedrijfspand aan de [b-straat 1] te Amersfoort. De [b-straat 1] te Amersfoort betreft een bedrijfspand gelegen op industrieterrein Calveen. In dit bedrijfspand is blijkens de Kamer van Koophandel [B] V.O.F. gevestigd. Het pand is via de voordeur te betreden. Naast de voordeur bevindt zich een roldeur. Het pand bestaat uit een begane grond waar diverse auto's geparkeerd stonden. Vervolgens is het met een trap mogelijk naar de eerste verdieping te gaan. Op de eerste verdieping bevindt zich aan de rechterzijde een bar met weegapparatuur en daaronder een kluis. Aan de linkerzijde bevindt zich kantoorruimte, bestaande uit onder andere een bureau met computer en daarachter twee kasten. De huurder gaf volledig op te zijn genaamd: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1981. Bij het betreden van het pand was een sterkte hennepgeur aanwezig. Hierop zijn wij naar boven, naar de bar gelopen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea8b5ae0c670e04f4003699851f78a24e2e307ee701681c5ad0a913f9557a8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea8b5ae0c670e04f4003699851f78a24e2e307ee701681c5ad0a913f9557a8a, en de alinea staat in dat document op bytes 12559 tot 13598.