Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 16 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:243.
Indien het tenlastegelegde medeplegen in de kern niet bestaat uit een gezamenlijke uitvoering, maar uit gedragingen die met medeplichtigheid in verband plegen te worden gebracht (zoals het verstrekken van inlichtingen, op de uitkijk staan, helpen bij de vlucht), rust op de rechter de taak om in het geval dat hij toch tot een bewezenverklaring van het medeplegen komt, in de bewijsvoering - dus in de bewijsmiddelen en zo nodig in een afzonderlijke bewijsoverweging - dat medeplegen nauwkeurig te motiveren. Bij de vorming van zijn oordeel dat sprake is van de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking, kan de rechter rekening houden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling, de rol in de voorbereiding, de uitvoering of de afhandeling van het delict en het belang van de rol van de verdachte, diens aanwezigheid op belangrijke momenten en het zich niet terugtrekken op een daartoe geëigend tijdstip.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1ea8b5ae0c670e04f4003699851f78a24e2e307ee701681c5ad0a913f9557a8a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1ea8b5ae0c670e04f4003699851f78a24e2e307ee701681c5ad0a913f9557a8a, en de alinea staat in dat document op bytes 17251 tot 18218.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1ea8b5ae0c670e04f4003699851f78a24e2e307ee701681c5ad0a913f9557a8a | shasum -a 256