Citaat | Hoge Raad 16 februari 2016

Onder 2.4. Hoge Raad 16 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 16 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:244.

Art. 51, tweede volzin, Sv bepaalt dat van alle stukken die ingevolge dit wetboek ter kennis van de verdachte worden gebracht de raadsman onverwijld afschrift ontvangt, behoudens het bepaalde in art. 32, tweede lid, Sv. Voorts geldt dat indien uit enig in het dossier aanwezig stuk aan de rechter of de andere justitiële autoriteiten kan blijken dat de verdachte voor de desbetreffende aanleg voorzien is van rechtsbijstand door een raadsman, deze raadsman als zodanig behoort te worden erkend (vgl. HR 19 december 2000, ECLI:NL:HR:2000:ZD2182, NJ 2001/161).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ea342e42771431ba3327799d783c74ca2514be4173ab81f78043e2bec59c17af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ea342e42771431ba3327799d783c74ca2514be4173ab81f78043e2bec59c17af, en de alinea staat in dat document op bytes 11795 tot 12367.