Citaat | Hoge Raad 4 november 2016

Onder 3.5.7 Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2456.

Het bovenstaande betekent niet een uitbreiding van de limitatieve opsomming in de wet van degenen die bevoegd zijn tot het indienen van een enquêteverzoek. Het betreft daarentegen – evenals bij de hiervoor in 3.5.2 weergegeven regel die in de Slotervaartbeschikking is geformuleerd – een uitleg van art. 2:346 lid 1, aanhef en onder b, BW in het licht van de strekking van het enquêterecht. Aan een zodanige uitleg staat niet in de weg dat de wetgever bij de herziening van het enquêterecht per 1 januari 2013 (Stb. 2012, 274 en 305) de voorwaarden voor het bestaan van de bevoegdheid tot het verzoeken van een enquête heeft aangescherpt (zie Kamerstukken II 2010-2011, 32 887, nr. 3, p. 5-6, p. 6-7, p. 17 en p. 27).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 25555 tot 26293.