Citaat | Hoge Raad 4 november 2016

Onder 3.6 Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2456.

Een argument van de Staat c.s. in dit verband is dat de algehele overgang van de onteigende aandelen op de Staat tot gevolg heeft gehad dat ook de bevoegdheid van de voormalige aandeelhouders tot het verzoeken van een enquête is komen te vervallen. Voor zover dat argument steunt op de omstandigheid dat door de onteigening de hoedanigheid van aandeelhouder geheel verloren is gegaan, stuit het af op hetgeen hiervoor in 3.5.2–3.5.6 is overwogen. Uit die overwegingen volgt ook dat de enkele omstandigheid dat aan de Staat in verband met zijn positie als nieuwe aandeelhouder enquêtebevoegdheid toekomt, niet verhindert dat ook de (gedwongen) onteigende houders van die aandelen bevoegd kunnen zijn een enquête te verzoeken op de voet van art. 2:346 lid 1, aanhef en onder b, BW.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 27048 tot 27845.