Citaat | Hoge Raad 4 november 2016
Onder 3.7 Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2456.
Deze bezwaren van de Staat c.s., die doelen op specifieke negatieve gevolgen van een enquête die volgt op een onteigening ingevolge de Wft, dienen geen rol te spelen bij de beoordeling van de ontvankelijkheidsvraag. Zij dienen aan de orde te komen bij de beantwoording van de vraag of de verzoeken dienen te worden toegewezen, zoals de ondernemingskamer terecht heeft geoordeeld in de slotzin van rov. 3.24. In dat verband dient immers een belangenafweging plaats te vinden, waarbij – indien het verzoek niet reeds wordt afgewezen omdat wordt geoordeeld dat er geen gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen – de bezwaren die een enquête voor de onderneming oplevert worden meegewogen (vgl. HR 18 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU2465, NJ 2006/173 (Unilever)).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e, en de alinea staat in dat document op bytes 29348 tot 30144.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0b88621fb5bfc34ef4be1bde4305e58d959acb1f094f88e864e76d2054d5d0e | shasum -a 256