Citaat | Hoge Raad 4 november 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 4 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2495.

Het Hof heeft dit verschil in behandeling getoetst aan artikel 1 van de Grondwet. Het heeft geoordeeld dat de perceelsafbakening voor recreatieterreinen in de Verordening is ontleend aan de objectafbakening in artikel 16, letter e, van de Wet WOZ en dat die afbakening ertoe leidt dat voor een recreatieterrein met alle daarop gelegen onroerende recreatiewoningen en stacaravans met bijbehorende (onder)grond slechts eenmaal het eigenarendeel van de rioolheffing verschuldigd is. De onderhavige loods en recreatieterreinen verschillen naar het oordeel van het Hof op relevante punten niet van elkaar. Daardoor worden gelijke gevallen (recreatieterreinen en andere samenstellen met verschillende gebruikers) ongelijk behandeld. Voor die ongelijke behandeling bestaat geen toereikende rechtvaardiging, aldus het Hof. Daartoe is onvoldoende de omstandigheid dat het efficiënter is om een recreatieterrein voor de toepassing van de rioolheffing als één onroerende zaak aan te merken, omdat dan voor gemeentelijke heffingen kan worden volstaan met het voeren van één gezamenlijk objectadministratie. Het Hof heeft op die grond de aanslagen vernietigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e8c6eefd804db18c62e41fdc5862bbf898ed272da49856c1ffb20fc32adc3f2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e8c6eefd804db18c62e41fdc5862bbf898ed272da49856c1ffb20fc32adc3f2b, en de alinea staat in dat document op bytes 12819 tot 13983.