Citaat | Hoge Raad 4 november 2016
Onder 5.2 Hoge Raad 4 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 4 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2517.
Bij de beoordeling van de onderdelen wordt vooropgesteld dat de omstandigheid dat CIA naar het oordeel van het hof in de gegeven omstandigheden op goede gronden haar verplichting tot betaling van het nog resterende gedeelte van de koopprijs heeft opgeschort, meebrengt dat zij niet in verzuim verkeerde met de nakoming van deze verbintenis (zie hiervoor in 4.3-4.6). De klacht van onderdeel 1.1 dat hieruit volgt dat het oordeel van het hof onverenigbaar is met art. 6:119a BW, berust echter op een onjuiste rechtsopvatting omdat voor de toepasselijkheid van deze bepaling niet is vereist dat de schuldenaar in verzuim verkeert (zie de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.17.2). Bovendien mist deze klacht feitelijke grondslag omdat het hof niet deze bepaling heeft toegepast, maar een op (de aanvullende werking van) de maatstaven van redelijkheid en billijkheid gebaseerde beslissing heeft gegeven, mede gelet op art. 6:212 BW. Klaarblijkelijk zag het hof daartoe aanleiding op de grond dat weliswaar de opschorting van de resterende betalingsverplichting door CIA in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd was, maar dat daaruit niet zonder meer volgt dat het met genoemde maatstaven in overeenstemming is dat CIA ook het daardoor behaalde rentevoordeel in zijn geheel mag behouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7a67bf619740f70be9b2f44f7d863ba4cf207b9233c9034672426e412b42028a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7a67bf619740f70be9b2f44f7d863ba4cf207b9233c9034672426e412b42028a, en de alinea staat in dat document op bytes 34586 tot 35893.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7a67bf619740f70be9b2f44f7d863ba4cf207b9233c9034672426e412b42028a | shasum -a 256