Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 6 Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.
Tussen de ontvangst van het beroepschrift in cassatie door de Hoge Raad op 4 augustus 2014 en de bekendmaking van dit arrest is een periode van meer dan een jaar verstreken. Dat is langer dan de termijn die in een procedure als de onderhavige als regel als redelijk is aan te merken (zie onderdeel 3.4.6 hiervoor). Aangezien de redelijke termijn voor de behandeling in cassatie in dit geval met - naar boven afgerond – een jaar is overschreden, zal de Hoge Raad aan belanghebbende ter zake daarvan een vergoeding van immateriële schade toekennen van € 1000, te betalen door de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 59137 tot 59779.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058 | shasum -a 256