Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.2.2. Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.

Het Hof heeft, anders dan de Rechtbank, geoordeeld dat bij het bepalen van de omvang van de vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ook de periode vóór het overlijden van erflaatster in aanmerking moet worden genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 11348 tot 11622.