Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 2.2.3. Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.
Het Hof heeft voorts geoordeeld dat de redelijke termijn, die ter zake twee jaar bedraagt, met drie jaar en twee maanden is overschreden omdat het bezwaarschrift op 7 oktober 2003 is ontvangen en de uitspraak op het verzet op 4 december 2008 is gedaan, zodat de behandeling van het bezwaar en het beroep tezamen vijf jaar en twee maanden heeft geduurd. Na het arrest BNB 2010/156 is het verzoek bij uitspraak van de Rechtbank van 1 juni 2012 toegewezen, zodat de behandeling in die fase van het geding twee jaar en twee maanden heeft geduurd, waardoor de redelijke termijn met een jaar is overschreden, aldus het Hof. De vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn bedraagt dan € 4500, waarvan € 4000 is toe te rekenen aan de bezwaarfase en € 500 aan de beroepsfase, aldus nog steeds het Hof. De klachten richten zich onder andere tegen deze oordelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 11696 tot 12604.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058 | shasum -a 256