Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.6.1. Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.
Naar aanleiding van hetgeen hiervoor in 3.5.1 onder b is overwogen, verdient opmerking dat in de termijnen die de Hoge Raad als uitgangspunt heeft geformuleerd, rekening is gehouden met de omstandigheid dat in een niet onaanzienlijk deel van de gevallen aan partijen vier weken de tijd wordt gegund voor herstel van eventuele verzuimen in hun bezwaar- of beroepschrift, en dat het ook niet ongebruikelijk is dat aan partijen vier weken uitstel wordt verleend voor het indienen van nadere processtukken. Van het tijdsverloop dat daarmee gemoeid is, kan niet worden gezegd dat het wordt veroorzaakt door een bijzondere omstandigheid (zie het arrest BNB 2014/200).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 24004 tot 24679.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058 | shasum -a 256