Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.12. Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.

In zaken waarin het per 1 juli 2013 ingetrokken artikel 8:73 Awb door het overgangsrecht bij die intrekking zijn werking heeft behouden, kan de rechter een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toekennen met overeenkomstige toepassing van die bepaling (zie het arrest BNB 2011/232). In gevallen waarin de verzoekschriftprocedure van de artikelen 8:88 en volgende Awb (tekst sinds 1 juli 2013; hierna: de artikelen 8:88 en volgende Awb) van toepassing is met betrekking tot een besluit, dient die procedure naar analogie te worden toegepast op de vergoeding van immateriële schade als gevolg van overschrijding van de redelijke termijn in een procedure over dat besluit (vgl. ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1259). De genoemde verzoekschriftprocedure is op een dergelijk verzoek tot schadevergoeding alleen dan van overeenkomstige toepassing indien het gaat om de duur van een procedure over een besluit dat is bekendgemaakt nadat de artikelen 8:88 en volgende Awb met betrekking tot dat besluit in werking zijn getreden, zo nodig met inachtneming van het overgangsrecht dat is neergelegd in artikel V van de Wet van 31 januari 2013, Stb. 50 (vgl. eveneens ABRvS 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1259).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 40871 tot 42143.