Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 3.13.7. Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.
Ook is het mogelijk een verzoek om vergoeding van immateriële schade met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73 Awb voor het eerst te doen nadat de Hoge Raad een uitspraak op verzet heeft vernietigd en het verzet gegrond heeft verklaard, waardoor de rechter wiens uitspraak door het gegrond verklaarde verzet is komen te vervallen het onderzoek moet voortzetten in de stand waarin het zich bevond. In die gevallen vindt een voortzetting plaats van de fase van bezwaar en beroep, die in beginsel binnen twee jaar moet zijn afgerond (zie hiervoor in 3.4.2). In verband daarmee kan in deze gevallen een eerst na cassatie ingediend verzoek om vergoeding van immateriële schade ook betrekking hebben op het tijdsverloop voorafgaande aan de cassatiefase.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 48136 tot 48904.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058 | shasum -a 256