Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 4.1. Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:252.

Het cassatieberoep klaagt erover dat het Hof de Inspecteur niet heeft veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht in de hogerberoepsprocedure. Voor zover het gaat om de procedure tot vaststelling van de vergoeding van immateriële schade faalt deze klacht, aangezien voor die procedure geen griffierecht van belanghebbende is geheven, ook niet in hoger beroep en evenmin in cassatie. Voor zover het gaat om het griffierecht in de hoofdzaak is deze klacht, gelet op hetgeen hiervoor in 3.14.1 is overwogen, gegrond. Aangezien de vergoeding van immateriële schade die het Hof diende toe te kennen betrekking had op het tijdsverloop in de bezwaar- en de beroepsfase tezamen, en de overschrijding van de redelijke termijn in die fase zowel aan het bestuursorgaan als aan de rechter is toe te rekenen, zal de vergoeding van het in hoger beroep in de hoofdzaak betaalde griffierecht naar analogie met hetgeen hiervoor in 3.14.2 is overwogen voor de helft moeten plaatsvinden door de Inspecteur en voor de helft door de Staat (de Minister van Veiligheid en Justitie).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt abe2de52be49b177df6c279b4f4809418c3413934c6b62688956a3566bc57058, en de alinea staat in dat document op bytes 53519 tot 54606.