Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 4.1. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2520.

(ii) of het ter staving van de aanvraag overgelegde resultaat van het in deze zaak verrichte DNA-onderzoek met inachtneming van art. 482c, eerste lid, Sv, inhoudende dat bij een onderzoek naar de aanwezigheid van een herzieningsgrond als de onderhavige opsporingsbevoegdheden niet tegen de gewezen verdachte mogen worden uitgeoefend, dan wel anderszins rechtmatig is verkregen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73, en de alinea staat in dat document op bytes 16015 tot 16405.