Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 4.3. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2520.

"2.3.1. Bij de gedingstukken bevindt zich een (kopie van) een ambtsedig proces-verbaal nr. 2001253575-1 van de politie Rotterdam-Rijnmond, op 13 mei 2002 opgemaakt door [verbalisant] , brigadier van politie, dat tezamen met de bijlagen een politiedossier vormt van in totaal 326 pagina's. Dit dossier bevat een volledig verslag van het opsporingsonderzoek in deze zaak. Bij de stukken bevinden zich voorts twee (kopieën van) rapporten van het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI) van resp. 13 en 15 mei 2002. Uit het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Rotterdam van 29 mei 2002 blijkt dat de korte inhoud van de genoemde stukken aldaar is medegedeeld. Het kan er dus voor gehouden worden dat het hof in hoger beroep eveneens de beschikking heeft gehad over deze stukken. Ik beperk mij hier tot een beknopte weergave van het voor de gewezen verdachte belastende bewijs dat in deze stukken is te vinden en waarop door het Openbaar Ministerie blijkens het requisitoir in eerste aanleg en de appelmemorie een beroep is gedaan. De paginanummers verwijzen naar het genoemde politiedossier, tenzij anders aangegeven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73, en de alinea staat in dat document op bytes 19329 tot 20480.