Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 2.3.8. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2520.

De gewezen verdachte heeft steeds iedere betrokkenheid bij de overval op de supermarkt ontkend. Bij zijn eerste verhoor op 14 december 2001 verklaarde hij dat hij medeverdachte [medeverdachte] niet kende. Ook verklaarde hij dat er geen spullen van iemand anders in zijn kelderbox lagen (p. 309). Toen hem bij zijn derde verhoor een foto van [medeverdachte] was getoond, zei hij dat dit een man was die hij regelmatig in de portiek tegenkwam. Hij zou hem een week geleden voor het laatst hebben gezien (p. 314). Bij zijn vierde verhoor werd de gewezen verdachte geconfronteerd met de in zijn kelderbox aangetroffen kleding van [medeverdachte] . Hij gaf uiteindelijk toe dat hij [medeverdachte] kende (p. 316-317).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73, en de alinea staat in dat document op bytes 25835 tot 26561.