Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 2.3.9. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2520.

Bij zijn eerste en tweede verhoor verklaarde de gewezen verdachte dat hij de bewuste dinsdagmorgen de hele tijd thuis was geweest met zijn vriendin en dat hij alleen de hond had uitgelaten en een praatje had gemaakt met een meisje van wie hij de naam niet wilde zeggen (p. 309 en p. 311). Toen hij bij zijn derde verhoor werd geconfronteerd met de in zijn auto gevonden parkeerticket, verklaarde hij dat hij die morgen met zijn auto een meisje naar een voor hem onbekende school in Rotterdam-West had gebracht. Het zou gaan om een Hindoestaanse vrouw van ongeveer 20 jaar oud die hij niet van naam kende, maar die hij elke dag bij de bushalte zag staan en die hij aansprak met "poppetje". Hij had dit eerst verzwegen omdat hij niet wilde dat zijn vriendin dit wist (p. 313). De politie heeft getracht "poppetje" op te sporen, maar dat leverde niets op (zie de samenvatting op p. 23)."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73, en de alinea staat in dat document op bytes 26658 tot 27555.