Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 4.5. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2520.

De Rechtbank en het Hof waren bekend met het NFI-rapport van 15 mei 2002, inhoudende dat van bloed op de nagels van het slachtoffer een DNA-mengprofiel is verkregen van celmateriaal van twee personen waarin naast de DNA-merkers van het slachtoffer ook DNA-merkers zijn aangetroffen die overeenkomen met het DNA-profiel van de gewezen verdachte en dat de kans dat bij menging van celmateriaal van het slachtoffer met celmateriaal van een willekeurige tweede persoon eenzelfde DNA-mengprofiel wordt verkregen, kleiner is dan één op honderdduizend. Gelet hierop en in aanmerking genomen al het overige - hiervoor onder 4.3 samengevatte, voor de gewezen verdachte belastende - bewijsmateriaal waarover de Rechtbank en het Hof beschikten, is het ter staving van de aanvraag overgelegde rapport van Dr. A.D. Kloosterman van 2 februari 2007, waarin die frequentie wordt berekend op kleiner dan één op één miljard, niet van zodanig gewicht dat door dat rapport het in art. 482a, eerste lid aanhef en onder a, Sv bedoelde ernstige vermoeden ontstaat dat - ware dit onderzoeksresultaat destijds bekend geweest - de zaak niet zou zijn geëindigd in een vrijspraak maar in een veroordeling van de gewezen verdachte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 45a4547795978214e86041d03400764b2cbe0ffcbe733a73cc12992962536f73, en de alinea staat in dat document op bytes 29581 tot 30803.