Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 2.3. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2536.

Uit de in 2.2.2 en 2.2.3 weergegeven overwegingen kan worden afgeleid dat het Hof evenals de Rechtbank van oordeel is dat "het opleggen van enig verplicht kader tot behandeling van verdachte (...) gedoemd [is] om te mislukken". Mede in het licht van het verhandelde ter terechtzitting, waaronder begrepen hetgeen door de raadsvrouwe van de verdachte en de Advocaat-Generaal bij het Hof over en weer naar voren is gebracht, is dat oordeel ook zonder nadere motivering niet onbegrijpelijk. De strafoplegging is voorts ook met het oog op art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv toereikend gemotiveerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6d43c248fc8030e02daf5a87b06fab07fb015413281ac51fdf3ab93b8bd9a46. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6d43c248fc8030e02daf5a87b06fab07fb015413281ac51fdf3ab93b8bd9a46, en de alinea staat in dat document op bytes 22547 tot 23158.