Citaat | Hoge Raad 8 november 2016
Onder 3.2.1. Hoge Raad 8 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2537.
Ten aanzien van de kennisneming van de inhoud van de gemaakte kopieën overweegt de rechtbank dat het bepaalde in artikel 98, tweede lid, Sv van toepassing is. Deze bepaling schrijft voor dat, indien de persoon met bevoegdheid tot verschoning bezwaar maakt tegen de inbeslagneming van brieven of andere geschriften omdat zijn plicht tot geheimhouding zich daartoe uitstrekt, niet tot kennisgeving overgegaan wordt dan nadat de rechter-commissaris daarover heeft bepaald.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3, en de alinea staat in dat document op bytes 11727 tot 12210.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3 | shasum -a 256