Citaat | Hoge Raad 8 november 2016
Onder 3.2.2. Hoge Raad 8 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2537.
Ik verwijs naar de e-mailcorrespondentie die ik heb toegezonden, waaruit blijkt dat mijn cliënt advocaat is. Hij heeft verklaard dat alle mailcorrespondentie op zijn computer aanwezig is, waarvan 10% ziet op zijn relatie met [betrokkene] en 90% op anderen. Het gaat om de geheimhouding tussen advocaat en cliënt. Die belangen heeft het OM ook te behartigen. Mijn cliënt is aangesloten bij de Orde van Advocaten in Luxemburg, dus geheimhouder. De ratio is dat er na teruggave geen belang meer is, maar de gehele inhoud van de gegevensdragers er nog wel is. De gegevensdragers zijn in strijd met artikel 98 Sv in beslag genomen. De vraag is of klager, omdat de gegevensdragers zijn teruggegeven, niet meer ontvankelijk is. Waar zou mijn cliënt dan moeten klagen, eventueel in kort geding?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3, en de alinea staat in dat document op bytes 13353 tot 14156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3 | shasum -a 256