Citaat | Hoge Raad 8 november 2016

Onder 3.2.2. Hoge Raad 8 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 8 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2537.

Ik onderscheid twee omstandigheden. Van alle documenten die geen onderdeel zijn van het onderzoek dient langs alle wegen te worden gewaarborgd dat deze beschermd worden. De grootste vrees is dat deze documenten ergens terecht gaan komen. Het is aan mijn cliënt om te duiden welke documenten dat betreft. De tweede stap is dat mijn cliënt niet als verdachte dient te worden aangemerkt. Zelfs indien mijn cliënt verdachte zou zijn, dan kan er niet zo maar kennis genomen worden van de documenten zonder de geëigende stappen te nemen. Deze stappen worden door de rechter-commissaris geweigerd. De officier van justitie heeft het over vormverzuimen, maar daar gaat het hier niet om. Ik voer geen 359a Sv-verweer. Ik vraag de officier van justitie om te duiden, in het licht van mijn e-mailcorrespondentie met de officier van justitie, hoe kan dat het OM zich nu op het standpunt stelt dat mijn cliënt geen verschoningsgerechtigde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a0c17af3bbd9e8ae06393215d2180fd06a85ef83ad4e7b5e163d480d7362bcc3, en de alinea staat in dat document op bytes 15001 tot 15948.