Citaat | Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 2.3.2. Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:HR:2016:255.
In ’s Hofs hiervoor in 2.2.2 weergegeven oordelen ligt besloten het oordeel dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat wanneer zij tijdens de bezwaarfase wel (volledig) inzage zou hebben gehad in de annexen, zij een inbreng had kunnen leveren (waaronder een inbreng over de rol van de autoriteiten van Maleisië) die voor het vaststellen van de uitspraak op bezwaar van belang was en tot een andere uitspraak op bezwaar zou hebben kunnen leiden dan de uitspraak op bezwaar die de Inspecteur heeft gedaan. Dat oordeel is – mede in het licht van de bevindingen van het door OLAF opgemaakte onderzoeksrapport zoals dat door de Inspecteur aan het Hof is overgelegd - niet onbegrijpelijk. Het Hof was derhalve niet gehouden tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar over te gaan. Middel I en middel II in zoverre falen mitsdien.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4518a88e5377bd4c7884575696e2c6317ba3315c41e3dcbc6df1a2c6afb586bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4518a88e5377bd4c7884575696e2c6317ba3315c41e3dcbc6df1a2c6afb586bd, en de alinea staat in dat document op bytes 14536 tot 15390.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4518a88e5377bd4c7884575696e2c6317ba3315c41e3dcbc6df1a2c6afb586bd | shasum -a 256