Citaat | Hoge Raad 11 november 2016
Onder 1 Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2556.
2) In een situatie als in het hoofdgeding, waarin een perceel grond en een op dat perceel in aanbouw zijnd gebouw zijn verkregen met de vestiging van een zakelijk recht dat de rechthebbende de bevoegdheid geeft om deze onroerende goederen te gebruiken, moet artikel 11, A, lid 1, onder b), van de Zesde richtlijn (77/388), zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7, aldus worden uitgelegd dat de waarde van dat zakelijk recht die moet worden begrepen in de maatstaf van heffing van een levering, in de zin van artikel 5, lid 7, onder a), van deze richtlijn, overeenstemt met de waarde van de jaarlijks als tegenprestatie te betalen bedragen, gedurende de resterende looptijd van de erfpachtovereenkomst waarmee dat zakelijk recht is gevestigd, gecorrigeerd of gekapitaliseerd volgens dezelfde methode als voor de bepaling van de waarde van vestiging van het erfpachtrecht.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052, en de alinea staat in dat document op bytes 7661 tot 8542.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052 | shasum -a 256