Citaat | Hoge Raad 11 november 2016
Onder 2.3. Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2556.
Uit punt 2 van de hiervoor onder 1 weergegeven verklaring voor recht volgt dat ingevolge artikel 11, A, lid 1, letter b, van de Zesde richtlijn en derhalve ingevolge het in zoverre met die bepaling overeenstemmende artikel 8, lid 3, van de Wet, tot de vergoeding voor de door belanghebbende verrichte levering in de zin van artikel 3, lid 1, letter h, van de Wet mede moet worden gerekend de waarde van de jaarlijks als tegenprestatie te betalen bedragen gedurende de resterende looptijd van de erfpachtovereenkomst waarbij dat zakelijke recht is gevestigd, gecorrigeerd of gekapitaliseerd volgens dezelfde methode als voor de bepaling van de waarde van vestiging van het erfpachtrecht. Het oordeel van het Hof dat de door belanghebbende opgeofferde waarde als bedoeld in artikel 8, lid 3, van de Wet ter zake van de door haar voor de vervaardiging ter beschikking gestelde, in erfpacht gehouden grond moet worden bepaald op de canon die is betaald voorafgaande aan de levering in de zin van artikel 3, lid 1, letter h, van de Wet en waarover belanghebbende reeds eerder (onherroepelijk) omzetbelasting op aangifte had voldaan, getuigt derhalve van een onjuiste rechtsopvatting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052, en de alinea staat in dat document op bytes 10937 tot 12129.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052 | shasum -a 256