Citaat | Hoge Raad 11 november 2016

Onder 1 Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2556.

“1) Artikel 11, A, lid 1, onder b), van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag, zoals gewijzigd bij richtlijn 95/7/EG van de Raad van 10 april 1995, moet aldus worden uitgelegd dat de waarde van een zakelijk recht dat de rechthebbende de bevoegdheid geeft om een onroerend goed te gebruiken, alsmede de kosten van afbouw van een kantoorgebouw dat op het betrokken perceel grond is opgetrokken, kunnen worden begrepen in de maatstaf van heffing van een levering, in de zin van artikel 5, lid 7, onder a), van deze richtlijn, zoals gewijzigd, wanneer de belastingplichtige de belasting over de toegevoegde waarde over deze waarde en deze kosten reeds heeft voldaan maar ook onmiddellijk en volledig in aftrek heeft gebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 770f5d1d401fb1d85c570ced4d81e8baa92e2c86c5b4b64d5afb0c1b84ab6052, en de alinea staat in dat document op bytes 6672 tot 7604.