Citaat | Hoge Raad 11 november 2016

Onder 2.1.7. Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2561.

De Rechtbank heeft geoordeeld dat de wetgever bewust ervoor heeft gekozen vergoeding van heffingsrente bij verrekening van een verlies uit een volgend jaar achterwege te laten. Voorts geldt dat de wetgever de situatie van de terugneming van de heffingskorting wegens verliesverrekening bij de partner van de belastingplichtige en het daarbij in rekening brengen van heffingsrente uitdrukkelijk onder ogen heeft gezien. Hoewel de Rechtbank er begrip voor heeft dat belanghebbende dit systeem als onrechtvaardig ervaart, moet worden berust in de bewuste keuze van de wetgever, aldus de Rechtbank. Met het in rekening brengen van heffingsrente is de wetgever niet in strijd gekomen met het op grond van artikel 26 IVBPR geldende verbod van ongelijke behandeling van gelijke gevallen. Voorts heeft de Rechtbank het beroep op artikel 1 EP verworpen. Het in rekening brengen van heffingsrente over het door belanghebbende bij de navorderingsaanslag verschuldigde bedrag valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de nationale wetgever toekomt, aldus de Rechtbank. Gesteld noch gebleken is dat door de in rekening gebrachte heffingsrente sprake is van een individuele en buitensporige last voor belanghebbende. Tot slot heeft de Rechtbank het standpunt van belanghebbende verworpen dat pas heffingsrente mocht worden berekend vanaf de datum waarop de verliesbeschikking van de echtgenoot was vastgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/307cc189fb2779dc18271014fdf00136956a024e158c878f20791121d98e6899. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 307cc189fb2779dc18271014fdf00136956a024e158c878f20791121d98e6899, en de alinea staat in dat document op bytes 7341 tot 8752.