Citaat | Hoge Raad 11 november 2016
Onder 2.4 Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574.
Op de ava’s van 11 maart 2010 heeft Bab voldoende duidelijk kenbaar gemaakt dat haar bezwaren (mede) op het hiervoor omschreven verwijt waren gericht. Met name kan dit verwijt redelijkerwijs begrepen worden geacht in de zinsnede in de notulen “…or it should be concluded that the intention of [A] is to benefit itself in this situation.” Daarom staat ook art. 2:273 BW niet in de weg aan de ontvankelijkheid van Bab in het verzoek.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1, en de alinea staat in dat document op bytes 16422 tot 16874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1 | shasum -a 256