Citaat | Hoge Raad 11 november 2016
Onder 4.3 Hoge Raad 11 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574.
Noch de omstandigheid dat Bab na de aandeelhoudersvergaderingen “het bezwaar niet aan de orde heeft gesteld” (rov. 2.5), noch de omstandigheid dat zij “ermee (had) kunnen volstaan kenbaar te maken dat zij zich er niet bij neerlegde” (rov. 2.6), kan zonder nadere motivering als een zodanige omstandigheid aangemerkt worden. ‘Stilzitten’ kan slechts tot rechtsverwerking leiden, indien op grond van de omstandigheden van het geval redelijkerwijs een bepaald handelen van de rechthebbende had mogen worden verwacht. Het hof heeft echter niet vastgesteld of gemotiveerd op grond waarvan Cordial en Turnham, bij achterwege blijven van een mededeling van Bab, redelijkerwijze mochten vertrouwen dat Bab geen enquêteverzoek meer zou doen. Evenmin heeft het hof gemotiveerd waarin de onredelijke benadeling in hun positie is gelegen, of op grond waarvan van Bab verwacht mocht worden die benadeling te voorkomen. Daar komt bij dat onderdeel 6.3 terecht klaagt dat het hof de in dat onderdeel genoemde herhaaldelijk gedane verzoeken van Bab om informatie, en de overige omstandigheden die Bab heeft aangevoerd ter verklaring van het feit dat zij lang gewacht heeft met het enquêteverzoek, niet (kenbaar) in zijn oordeel heeft betrokken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1, en de alinea staat in dat document op bytes 21622 tot 22878.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1 | shasum -a 256