Citaat | Hoge Raad 11 november 2016

Onder 5.4.2 Hoge Raad 11 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574.

Deze klacht faalt. De wettelijke regeling van vernietiging van besluiten in art. 2:21 BWC (in Nederland art. 2:15 BW) staat naast de mogelijkheid om in het kader van een enquêteprocedure besluiten van een rechtspersoon te schorsen of te vernietigen. De regelingen dienen elk een verschillend doel. In een enquêteprocedure zijn de gronden voor vernietiging van een besluit ook ruimer dan in art. 2:21 BWC (art. 2:15 BW). Gelet op een en ander geldt de vervaltermijn van zes maanden in art. 2:21 lid 4 BWC (en in Nederland de vervaltermijn van een jaar in art. 2:15 lid 5 BW) niet voor een verzoek in een enquêteprocedure dat mede strekt tot vernietiging van besluiten van een rechtspersoon – nog daargelaten dat het praktisch zeer bezwaarlijk kan zijn binnen die vervaltermijn zodanig verzoek te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a01e545a165e29e287f79483f32c83e60a9772a40a86c5579cbc01d32b19b3f1, en de alinea staat in dat document op bytes 28215 tot 29033.