Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.4.2. Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2599.
De Rechtbank heeft vervolgens geoordeeld dat zij niet aannemelijk acht dat belanghebbende gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat is geweest tijdig een beroepschrift in te dienen of dit te laten doen, eventueel op nader aan te voeren gronden. Als belanghebbende vanwege zijn medische situatie zichzelf niet in staat achtte tijdig een beroepschrift in te dienen, had het op zijn weg gelegen om op een eerder moment, toen nog niet zwaar werd geleden onder de gevolgen van die toestand, voor adequate vervanging te zorgen ter behartiging van zijn belangen. Bovendien heeft belanghebbende ter zitting vermeld dat hij tijdens het begin van de beroepstermijn in staat was een brief op te stellen. Dat hij dit toen heeft nagelaten en dit op een te laat moment heeft gedaan komt voor zijn eigen rekening en risico, aldus de Rechtbank.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6fb0a9bfd9b94f80285d9ff094b0bc65b6df5d760de285abb2963edd45fd049. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6fb0a9bfd9b94f80285d9ff094b0bc65b6df5d760de285abb2963edd45fd049, en de alinea staat in dat document op bytes 6962 tot 7811.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d6fb0a9bfd9b94f80285d9ff094b0bc65b6df5d760de285abb2963edd45fd049 | shasum -a 256