Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2600.
Het Hof van Justitie heeft in het hiervoor onder 1 vermelde arrest zijn jurisprudentie bevestigd dat, om vast te stellen of tegen een vergoeding verrichte handelingen zijn aan te merken als economische activiteiten in de zin van artikel 9, lid 1, van BTW-richtlijn 2006, alle omstandigheden waaronder die handelingen plaatsvinden moeten worden onderzocht (punt 29). Zo kan van belang zijn of die handelingen overeenkomen met economische activiteiten zoals deze in de regel worden verricht (punt 30). Ook kan daarbij worden gelet op de omvang van de clientèle en het bedrag van de opbrengsten, tezamen met andere factoren (punt 31). Het is, aldus het Hof van Justitie, de taak van de nationale rechter om aan de hand van deze omstandigheden en elementen te beoordelen of de handelingen in een bepaald geval economische activiteiten zijn in de zin van artikel 9, lid 1, van BTW-richtlijn 2006.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e, en de alinea staat in dat document op bytes 7854 tot 8759.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e | shasum -a 256