Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2.2. Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2600.
In dit kader heeft het Hof van Justitie op basis van het dossier van de onderhavige zaak en van de ontvangen schriftelijke en mondelinge opmerkingen aanwijzingen gegeven die de Hoge Raad in staat stellen uitspraak te doen in dit geschil (punt 32). Het Hof van Justitie heeft daartoe in de eerste plaats erop gewezen dat de aan het functioneren van de aangeboden diensten verbonden kosten slechts voor een gering deel worden gedekt door de als tegenprestatie daarvoor ontvangen bedragen, dat de tegenprestatie niet door elke gebruiker is verschuldigd (maar slechts door een derde van de gebruikers) en dat het verschil uit de algemene middelen wordt gefinancierd, hetgeen erop duidt, aldus het Hof van Justitie, dat de door de ouders betaalde bijdragen eerder moeten worden gelijkgesteld aan een heffing dan aan een vergoeding (punt 33). Voorts heeft het Hof van Justitie erop gewezen dat belanghebbende geen prestaties aanbiedt op de algemene markt van personenvervoer, maar veeleer de ontvanger en eindverbruiker is van vervoersdiensten die zij aankoopt bij de vervoersondernemingen waarmee zij onderhandelt, welke diensten zij de ouders ter beschikking stelt in het kader van haar activiteit van openbare dienstverlening (punt 35).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e, en de alinea staat in dat document op bytes 8769 tot 10016.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb740d1dd18162629d8ccd591058d8ae2bef26206e4b247d2306fb286335094e | shasum -a 256