Citaat | Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.6.2 Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2607.

Bij de beslissing of de kosten van het onderzoek geheel of ten dele kunnen worden verhaald op een individuele bestuurder, een commissaris of een ander die in dienst van de rechtspersoon is, dient de ondernemingskamer alle omstandigheden van het geval te betrekken. Uit haar overwegingen moet ten aanzien van de desbetreffende functionaris individueel en concreet blijken dat hij verantwoordelijk is voor het onjuiste beleid of de onbevredigende gang van zaken van de rechtspersoon (vgl. HR 19 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AD3051, NJ 1999/658). Dit houdt niet alleen in dat de desbetreffende functionaris formele verantwoordelijkheid droeg, maar tevens dat hem persoonlijk van de onjuistheid van dat beleid of van de onbevredigende gang van zaken een verwijt kan worden gemaakt (vgl. HR 4 juni 1997, ECLI:NL:HR:1997:AG7240, NJ 1997/671, onder 4.1.1-4.1.3 en 4.16.1). Uit de overwegingen van de ondernemingskamer blijkt onvoldoende in hoeverre zij (ook) die verwijtbaarheid heeft betrokken in haar beslissingen over het kostenverhaal op [verzoeker 1] en [verzoeker 2] . In zoverre slaagt het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d4ef07ec4593e0656c3b2dadb50e65d317cd56d137d596133443d4188438d10a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d4ef07ec4593e0656c3b2dadb50e65d317cd56d137d596133443d4188438d10a, en de alinea staat in dat document op bytes 22852 tot 23962.