Citaat | Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3.5.2 Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2638.

Richtlijn 2007/66/EG voorziet erin dat inschrijvers - en andere belanghebbenden als omschreven in art. 1 lid 3 Richtlijn 89/665/EEG - gedurende een zekere periode, die ten minste tien kalenderdagen dient te bedragen, kunnen opkomen tegen het gunningsbesluit van de aanbestedende dienst. Gedurende deze periode dient de aanbestedende dienst niet de overeenkomst te sluiten waarop de aanbesteding en gunning betrekking hebben (art. 2 bis lid 2 Richtlijn 89/665/EEG). Wordt in deze periode een voorlopige voorziening verzocht met betrekking tot het gunningsbesluit, dan dient de aanbestedende dienst de overeenkomst niet te sluiten totdat in eerste aanleg op dit verzoek is beslist (art. 2 lid 3 Richtlijn 89/665/EEG). De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat een overeenkomst die in strijd hiermee tot stand komt, in beginsel onverbindend wordt verklaard (de overeenkomst moet onverbindend worden verklaard in het in art. 2 quinquies lid 1, aanhef en onder b, Richtlijn 89/665/EEG genoemde geval; voor andere gevallen staat art. 2 sexies lid 1 Richtlijn 89/665/EEG alternatieve sancties toe, die evenwel niet in enkel het toekennen van schadevergoeding mogen bestaan).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f2af3f5a66f56707ac7b1379096052f7ab3b07bc6d32942e01fc0a52dfd5a68. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f2af3f5a66f56707ac7b1379096052f7ab3b07bc6d32942e01fc0a52dfd5a68, en de alinea staat in dat document op bytes 13979 tot 15158.