Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 4.8 Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2640.
FHG heeft haar grief 2 in de derde plaats geadstrueerd met een redenering (zie punt 31 MvG), die door het hof aldus wordt begrepen dat alleen het door Fraanje gelegde beslag de in de slotzinsnede van artikel 3:36 BW bedoelde ‘handeling’ vormt, en dat de executie van het door dat beslag getroffen actief een latere, na de ontdekking van de onjuistheid van artikel 6 NAA verrichte, handeling is die niet door de sanctie van artikel 3:36 BW wordt getroffen. Hierbij heeft FGH gewezen op de volgende passage uit PG, boek 3, blz. 179 (over artikel 3.2.3a = artikel 3:36 BW), met tussen haakjes een toevoeging van de kant van FGH:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273, en de alinea staat in dat document op bytes 19043 tot 19685.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273 | shasum -a 256