Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 4.11 Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2640.
Gelet op het onder 4.9 en 4.10 overwogene was op het moment van de (inschrijving van het proces-verbaal van de) beslaglegging op 10 november 2011 de verhouding (meer in het bijzonder: de rangorde) tussen Fraanje (de derde) en FGH reeds volledig bepaald. Dit vormt een wezenlijk verschil met de in rov. 4.8 beschreven situatie: met de daar bedoelde koopovereenkomst tussen de derde en X was nog niets vastgelegd over de verhouding tussen de derde en Y. Nu door de (onder de werking van artikel 3:36 BW vallende) beslaglegging de rangorde tussen Fraanje en FGH reeds volledig was bepaald, is het sequeel van die beslaglegging, de uitwinning van het beslagen goed – anders dan de levering in het voorbeeld van rov. 4.8 – niet van zodanig zelfstandig gewicht dat de gestelde niet-werking van artikel 3:36 BW op dit sequeel er alsnog toe kan leiden dat het beslag niet vrij van hypotheek kon worden uitgewonnen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273, en de alinea staat in dat document op bytes 23175 tot 24098.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273 | shasum -a 256