Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 5.2.1 Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2640.
Voor zover onderdeel 1 van het middel tegen het oordeel van het hof in de rov. 4.5 en 4.6 opkomt met het betoog dat aan beslagleggers niet de bescherming van art. 3:36 BW toekomt, faalt het. Het hof heeft in de genoemde overwegingen op zichzelf terecht en op juiste gronden geoordeeld dat ook beslagleggers zich op de bescherming van art. 3:36 BW kunnen beroepen. Het heeft echter wel de reikwijdte van die bescherming miskend, zoals hierna in 5.3.2–5.3.3 zal blijken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273, en de alinea staat in dat document op bytes 26647 tot 27130.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273 | shasum -a 256