Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 5.3.2 Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2640.
In dit opzicht verschilt beslaglegging van het geval dat de derde, in redelijk vertrouwen op de juistheid van zijn veronderstelling, een overeenkomst aangaat waaruit voor hem rechten voortvloeien; daaromtrent wordt in Parl. Gesch. Boek 3, p. 179, opgemerkt dat de derde ingevolge art. 3:36 BW “wordt beschermd in de rechten die hij op die overeenkomst (…) kan gronden”. Het leggen van beslag kan daarentegen wel op één lijn gesteld worden met het eveneens in Parl. Gesch. Boek 3, p. 179, genoemde voorbeeld van het in redelijk vertrouwen op de juistheid van de veronderstelling uitbrengen van een dagvaarding, waaromtrent opgemerkt wordt dat de derde dan “hoogstens” recht heeft op vergoeding van de kosten van de dagvaarding, maar niet een recht verkrijgt op het bij dagvaarding gevorderde.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273, en de alinea staat in dat document op bytes 29998 tot 30814.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/02aff19c2b7a9c580d7f936d78909ec5d3e3447fe7abb8f98a1bd0c1eb784273 | shasum -a 256