Citaat | Hoge Raad 18 november 2016
Onder 2 Hoge Raad 18 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2643.
“1. Indien een partij op grond van artikel 843a Rv jo. 1019a Rv inzage, afschrift of uittreksel vordert van bepaalde bescheiden, aan welke maatstaf dient dan ten minste te worden voldaan voor het aannemen van een ‘rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn’, zoals vereist voor toewijzing van een vordering uit hoofde van artikel 843a Rv, indien die rechtsbetrekking bestaat uit een verbintenis uit onrechtmatige daad wegens inbreuk op een recht van intellectuele eigendom?
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e, en de alinea staat in dat document op bytes 6911 tot 7426.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e | shasum -a 256