Citaat | Hoge Raad 18 november 2016

Onder 3 Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2643.

3.2.2 De maatstaf waarnaar in vraag 1 wordt gevraagd laat zich derhalve niet anderszins in algemene bewoordingen beantwoorden dan aldus, dat (a) voldoende aannemelijk moet zijn dat inbreuk op een recht van intellectuele eigendom is of dreigt te worden gemaakt, dat (b) daarbij de stellingen en verweren van partijen en de overtuigingskracht van het eventueel reeds overgelegde bewijsmateriaal dienen te worden betrokken en dat (c) uitgangspunt is dat niet behoeft te zijn voldaan aan de mate van aannemelijkheid die is vereist voor toewijzing in kort geding van een op een (dreigende) inbreuk gebaseerde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e, en de alinea staat in dat document op bytes 18792 tot 19419.