Citaat | Hoge Raad 18 november 2016

Onder 5 Hoge Raad 18 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 18 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2643.

a. Indien tegen een exhibitievordering een verweer wordt gevoerd dat inhoudt dat het recht van intellectuele eigendom op grond waarvan de exhibitie wordt verlangd, nietig is of niet langer bestaat, dient dan de gegrondheid van dat verweer aan de hand van dezelfde maatstaf te worden beoordeeld als die welke geldt voor de vraag naar de aannemelijkheid van de gestelde inbreuk (aangenomen dat het ingeroepen recht van intellectuele eigendom bestaat)?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 40c4032783a81c2a8f2b56985acd896a3a5857754611106d0a2d2f47d8b4389e, en de alinea staat in dat document op bytes 29226 tot 29688.