Citaat | Hoge Raad 25 november 2016
Onder 2.4.2. Hoge Raad 25 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2663.
De aard van de beroepstermijn, die meebrengt dat deze op straffe van niet-ontvankelijkverklaring in acht behoort te worden genomen, staat eraan in de weg dat het betrokken bestuursorgaan van een beroep op overschrijding van die termijn afstand zou kunnen doen of de duur van de termijn zou kunnen wijzigen (zie HR 20 november 1996, nr. 31827, ECLI:NL:HR:1996:AA1755, BNB 1997/23). Dat sluit echter niet uit dat zich de situatie voordoet dat een belanghebbende aan een uitlating van het bestuursorgaan het vertrouwen mag ontlenen dat hij zijn beroepschrift nog na afloop van de wettelijke beroepstermijn kan indienen, zodat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is geweest en niet-ontvankelijkverklaring achterwege moet blijven. Daartoe is vereist dat de belanghebbende van die uitlating kennis neemt binnen de wettelijke beroepstermijn (vgl. 22 november 2000, nr. 35601, ECLI:NL:HR:2000:AA8419, BNB 2001/28).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f97a45a30be4a9eb3d1a950df78b1b05407d41c31c2e54a12aca8cc3e760289. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f97a45a30be4a9eb3d1a950df78b1b05407d41c31c2e54a12aca8cc3e760289, en de alinea staat in dat document op bytes 8702 tot 9647.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f97a45a30be4a9eb3d1a950df78b1b05407d41c31c2e54a12aca8cc3e760289 | shasum -a 256