Citaat | Hoge Raad 25 november 2016
Onder 2.3.4. Hoge Raad 25 november 2016
Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2664.
Zoals overwogen in het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2015, nr. 14/04046, ECLI:NL:HR:2015:1809, BNB 2015/187 (hierna: het arrest BNB 2015/187), onderdeel 2.6.3, moeten de gronden die toepassing van artikel 10 van de Invorderingswet 1990 rechtvaardigen, worden beschouwd als gronden die rechtvaardigen dat een belastingplichtige niet voorafgaande aan maar pas na het opleggen van de desbetreffende belastingaanslag in de gelegenheid wordt gesteld zich uit te laten over de gronden waarop die aanslag is gebaseerd. Voor het Hof was niet in geschil dat in het onderhavige geval van een van de in artikel 10 van de Invorderingswet 1990 vermelde gronden sprake is geweest.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759, en de alinea staat in dat document op bytes 14003 tot 14688.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759 | shasum -a 256