Citaat | Hoge Raad 25 november 2016

Onder 2.4.3. Hoge Raad 25 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2664.

Op grond van artikel 37 van de Wet wordt degene die op een factuur op enigerlei wijze melding maakt van omzetbelasting die hij, anders dan op grond van dat artikel, niet verschuldigd is geworden, die belasting verschuldigd op het tijdstip waarop hij die factuur uitreikt, en is hij gehouden deze belasting op aangifte te voldoen. In dit verband heeft de Hoge Raad in onderdeel 2.3.2 van zijn arrest van 4 maart 2016, nr. 14/03556, ECLI:NL:HR:2016:356, BNB 2016/106 (hierna: het arrest BNB 2016/106), geoordeeld dat een factuur een bescheid is waarop de betaling van een bedrag wordt gevorderd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759, en de alinea staat in dat document op bytes 18595 tot 19202.