Citaat | Hoge Raad 25 november 2016

Onder 2.4.4. Hoge Raad 25 november 2016

Een alinea uit Hoge Raad 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2664.

In het voorgaande ligt besloten dat met het arrest BNB 2016/106 onverenigbaar is de aan de hiervoor in 2.4.1 vermelde arresten van 7 november 1984 en 1 november 1989 klaarblijkelijk ten grondslag gelegde opvatting van de Hoge Raad dat een passage uit een notariële akte van levering als hiervoor in 2.1.1 weergegeven, volstaat om die akte aan te merken als een factuur in de zin van artikel 37 van de Wet. Dit een en ander betekent dat een ondernemer in de zin van artikel 7 van de Wet niet uit hoofde van een dergelijke notariële akte van levering op de voet van artikel 37 van de Wet omzetbelasting wordt verschuldigd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2e408a28ee1627e947fa6825af2259b38ac39e1f9994cea95f7699765671c759, en de alinea staat in dat document op bytes 20028 tot 20663.